Rupsje nooitgenoeg

Het huidige levenstempo ligt hoog. Het moet sneller, beter, strakker, mooier. Daar heb ik zelf ook een handje van. Heb ik een taak afgerond, stort ik me meteen op de volgende. Een pauze tussendoor nemen is een vreemd concept; iets waarvan ik wel weet dat het bestaat, maar de tijd om ook echt een pauze te nemen heb ik vaak niet. Of beter gezegd, ik neem de tijd niet. Dat snelle leven in combinatie met mijn perfectionisme is moeilijk vol te houden.

Willen, willen, willen

Vroeger ging dat makkelijk, maar inmiddels heb ik daar de energie niet meer voor. Daarnaast heb ik ook geen ruimte in mijn hoofd om me bezig te houden met 1000 verschillende dingen. Natuurlijk heb ik lang geprobeerd alle ballen hoog te houden. Ik wilde ook van alles doen en kunnen, net als leeftijdsgenoten. Ik wilde weer uit kunnen gaan, naar een festival kunnen gaan, kunnen werken, school zonder enige moeite halen, lange avonden met vrienden hebben, kortom; ik wilde mijn oude leven terug. Een snel leven.

Langzamer betekent niet slechter 

Achteraf gezien was dat een mooi streven, maar een beetje onrealistisch. Het tempo van mijn oude leven kan ik gewoon niet meer bijhouden. Alles moet nét iets langzamer. Niet superveel, maar gewoon x 0,7. Oh, maar wat heb ik er lang over gedaan om me daarbij neer te leggen en oké mee te zijn. Inmiddels is mijn ongeluk alweer meer dan drie jaar geleden. De eerste 2,5 jaar daarna was ik echter in de ontkenningsfase en ervan overtuigd dat ik mijn oude leven wel deels terug kon krijgen. Vooral omdat ik wist wat ik allemaal had en kon voor mijn ongeluk. Dat miste ik en wilde ik terug. Hoe mijn leven was veranderd na mijn ongeluk; wat ik had, wat ik kon, was niet genoeg. Dat kon veel beter. Afgelopen zomer kwam er een switch. Ik ervaarde weer momenten van geluk (ik wist niet dat ik dat nog kon voelen) en kon weer van kleine dingen genieten. Een mooie zonsondergang, een auto die stopt zodat je met de fiets de weg kan oversteken, iemand die gewoon vriendelijk gedag zegt of een praatje met je maakt. Ik begon de veranderingen van mijn leven EIN-DE-LIJK te accepteren. De instelling die ik altijd had gehad, het streven dat iets beter moest, dat ik sneller moest werken, vervaagde. Eindelijk drong het tot me door dat het oké is om iets langzamer te gaan dan anderen. Om af en toe een stapje terug te doen. Dat betekent niet dat je opgeeft. Dat betekent dat je het hebt geprobeerd. En dat geld voor iedereen die dit leest; het is oké. Wees wat liever voor jezelf. Als het niet op die ene manier gaat, dan wel op een andere manier. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden.

‘Normaal’

Met veel dingen in mijn leven heb ik de vrijheid gekregen om ze aan te passen zodat deze voor mij werken. Bijvoorbeeld uitstel krijgen van een deadline, of overdag iets afspreken i.p.v. ’s avonds. Dit zijn kleine dingetjes voor een ander, maar voor mij een wereld van verschil. Ik wilde zo graag weer ‘normaal’ zijn en meekunnen met elk ander. Er moest niks voor mij worden aangepast en ik vond het niet nodig voor mensen om rekening met me te houden. Het resultaat: een zeer ongelukkige Pien die met depressieve gevoelens kampte. En trouwens; wat is 'normaal' eigenlijk? Dus ik ben voor mezelf gaan kiezen, mezelf op nummer één gaan zetten i.p.v. constant weg te cijferen. Wat wil ik? Wat heb ik nodig? Waar word ik gelukkig van? Hoe maak ik mijn leven leuk voor mezelf? Hoe maak ik van rupsje nooitgenoeg, rupsje genoeg? Want ik ben genoeg, heb genoeg en doe genoeg. Dat moet ik even goed in mijn oren gaan knopen.

Reacties