Deze keer wil ik het ergens over hebben waar ik me niet schuldig aan maak, maar wel schuldig over voel; aanstelleritis. Ik heb me volgens mij nog nooit aangesteld. In het verleden ging ik altijd door en nu betrap ik mezelf er geregeld op dat ik die gewoonte nog steeds heb. En hoewel ik er beter in ben geworden om op de rem trappen, heb ik er een handje van om te doen alsof alles oké is. Niet aanstellen, gewoon doorgaan. Je kan niks aan mij zien, dus tenzij ik aangeef dat het niet goed gaat, merk je daar weinig van. En hoewel ik beter ben geworden in het (op tijd) aangeven van mijn grenzen, betekent dat niet dat het makkelijker is geworden om dat te doen. Voor iemand die zelf nergens last van heeft en niks aan een ander kan zien, is het moeilijk om zich in te leven in andermans situatie. Het gebeurt helaas geregeld dat het als té moeilijk wordt bevonden. Oftewel; dat er überhaupt geen poging tot inleven wordt gedaan. Ergens snap ik dat ook wel weer. Als je zelf makkelijk door het leven vliegt, denk je er vaak niet over na om je voor te stellen hoe het is om dat niet te kunnen. Ik vind het jammer en soms pijnlijk om te ervaren dat men zo makkelijk denkt, maar zo was ik ook. Tunnelvisie op mijn eigen leven, geen tijd en aandacht voor dat van anderen om mij heen; jouw probleem was jouw probleem.
Moeite doen is (te) veel gevraagd
Mijn moeder heeft al jaren last van haar spieren. Soms gaat het beter, soms slechter. Lopen helpt. Autorijden is moeilijk, want dan moet ze lang achter elkaar stil zitten. Vaak wordt de auto halverwege een lange rit even stopgezet zodat ze een rondje kan lopen om haar spieren los te maken. Vroeger vond ik dat ze zich aanstelde. Of nou ja, aanstellen is niet het goede woord. Maar ik snapte haar situatie niet en wilde ook geen moeite doen om het proberen te begrijpen. Nu snap ik haar situatie beter dan de meesten. Ik snap de frustratie die erbij hoort. Ik snap hoe het is om een leven te leiden dat er vanaf de buitenkant gewoon uitziet, maar binnenin een worsteling is. Ik begrijp hoe het is als mensen jouw worsteling niet serieus nemen. Oh en wat maakt dat me boos. Eigenlijk moet ik daar geen energie meer aan besteden, maar af en toe wind ik me in gedachten behoorlijk op.
Onzichtbare schade
Ik weet nog dat ik klaar was met revalideren en het ‘normale’ leven weer in kon. Gezien mijn staat net na mijn ongeluk was ik enorm goed hersteld. Van de buitenkant dan. Dat er nog steeds allerlei wegen in mijn hoofd overhoop lagen en ik veel omwegen had moeten maken, zag niemand. Ik kreeg vaak de opmerking; ‘oh, dus het is nu weer goed?’ Tja… niet dus. Ik heb voor de rest van mijn leven hersenletsel. Dat de buitenkant is hersteld, betekent niet dat de binnenkant ook weer heel is. Die is niet meer zo gebroken als eerst, dat klopt, maar op bepaalde plekken in mijn hersenen zit permanente schade. Maar het leuke; dat kun je dus niet zien. Dus wanneer ik ergens moeite mee heb, iets niet lukt, of ik ergens langer de tijd voor nodig heb, is dat niet met opzet. Ik stel me niet aan. Ik heb gewoon meer moeite om het ‘normale’ leven vol te houden dan anderen.
Reacties
Een reactie posten