Volgens mij is iedereen nu wel op de hoogte van mijn onhandigheid. Wil niet zeggen dat ik soms alsnog wordt verrast door de incapabelheid van mijn hersenen. Gelukkig kan ik er om lachen.
Net als de rest van Nederland ben ik op zomervakantie. Gaat dat soepel? Nee, natuurlijk niet. Heb ik het alsnog naar mijn zin? Absoluut. Laat ik het avontuur van mijn heenreis vertellen.
De vlucht
Alles op Schiphol ging goed en eenmaal in het vliegtuig raakte ik aan de praat met m’n buurman. Hij vroeg waar in Turkije ik heen ging. ‘Bodrum!’, vertelde ik vol zelfverzekerdheid. ‘Dat is nog 3 iur met de bus vanaf het vliegveld, succes.’ Dat klopte toch niet? Maar goed, het zal wel, dacht ik. Eenmaal uit het vliegtuig namen we afscheid. ‘Nog één keer, hoe heet je ook alweer?’ Hele vlucht gekletst, maar natuurlijk was ik dat essentiële onderdeel vergeten. En natuurlijk vraag ik er dan ook nog een keer naar, in plaats van gewoon afscheid nemen.
De bus
Nou, ik op zoek naar m’n bus, dat was ook een hele zoektocht, maar dat is een ander verhaal. Tijdens deze zoektocht kwam ik er overigens wel achter dat ik naar Marmaris ging, niet Bodrum. Fijn dat ik daar weer lekker in het land van bestemming achter kom. Ik kwam m’n nieuwe vriend nog tegen tijdens één van m’n 20 rondjes op zoek naar de bus. ‘Grapje, ik ga naar Marmaris!’ Volgens mij dacht deze man echt dat ik de intelligentie van een aardappel heb. Want heb ik uitgelegd over m’n geheugen of m’n hersenletsel? Nee. Ik heb vakantie, dus tenzij het van belang is, blijft m’n hersenletsel in m’n koffer.
Perspectief
Wat ik grappig vind aan deze situatie is hoe deze gebeurtenis vanuit zijn perspectief heeft moeten lijken. Je hebt heel de vlucht een leuk gesprek, ohja en dit maakt het nog veel dommer, waarin je vijf keer ofzo mijn naam noemt omdat je vindt dat ik een leuke naam heb. Had ik toen makkelijk nog een keer om jouw naam kunnen vragen? Ja. Heb ik dat gedaan? Maar natuurlijk niet. I waited till the last minute. Vervolgens kom je datzelfde chaotische meisje nog een keer tegen en verteld ze vrolijk: ‘Ik ga naar Marmaris, niet Bodrum!’
Vragen
Vervolgens kwam ik (natuurlijk als laatste van de bus) aan bij m’n hotel. De man die achter de balie stond begon een heel welkomstverhaal op te hangen, waar ik natuurlijk niks van mee kreeg. Het was 10 uur ‘s avonds en ik was om 10 uur ‘s ochtena thuis vertrokken. Ik was OP… Ohja en ik moest nog eten. De man achter de balie zag hoe moe ik was en stelde voor eten voor mij te bestellen. Kebab graag. En toen kwamen de vragen. Kip of lam? Welke grootte? Wilde ik er drinken bij? Heel makk allemaal, maar m’n hoofd kom het ff niet aan. Wat is de route? Dan loop ik er zelf heen. Deze man begon heel lief de route te tekenen, maar na vijf strepen snapte ik er al niks meer van. Als het iets te maken heeft met topografie of routes, ben ik echt te dom om te poepen. Dus of hij het toch gewoon kon bestellen? Maar natuurlijk.
Uiteindelijk kwam alles goed en het eten was fantastisch. Daarna kon ik eindelijk slapen. Sindsdien is er elke dag wel iets onhandigs gebeurd, maar er zijn genoeg lieve mensen die me een handje willen helpen. En ik vind het prima zo hoor. Ik heb het naar m’n zin en lach mezelf geregeld uit. So it’s all good.
Reacties
Een reactie posten